Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na den brand van 1522 verdwijnen te Amsterdam geleidelijk de houten huizen. De nieuwe worden van steen gebouwd, en de overheid zegt den eigenaars van oude aan, ze door moderne te vervangen. Sinds 1575 is er een stadsstratenmaker aangesteld. Hij legt de nieuwe straten aan en verbetert de oude, nu eens op kosten der bewoners, dan weer op die der stad, maar altijd onder toezicht van de rooimeesteren. ')

Op drinkwater wordt gelet. Men acht dat, hetwelk putten en grachten opleveren, niet bruikbaar. Daarom hebben de huizen eigen regen-

o ö

bakken, en halen de brouwers het water uit de Vecht.

De straatverlichting wordt van overheidswege nagegaan. Een keur van 1595 schrijft voor, dat 's nachts om de twaalf huizen een lantaarn met brandende kaars moet hangen. In 1597 worden er stadslantaarnopstekers aangesteld. Na 1668 branden de lantaarns, door Jan van der Heyden uitgevonden. 2)

Ook is de stad in politiezorg vooruitgegaan. Straatschenderij wordt meer dan vroeger geweerd. Voor het blusschen van brand is men beter ingericht.

l) Wagenaar. deel I, pag. 136 e. v.

* „ deel I, pag. 152 e. v.

Sluiten