Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Groot is het medelijden, dat men met het lot der ongelukkigen heeft. Doch het is niet alleen barmhartigheid, die de steden tot het openen harer poorten voor de immigranten drijft. Onder de refugiés bevinden zich de eerste Fransche kooplieden en fabrikanten. Elke stad is evenals voorheen bij de vestiging der Walen begeerig, deze met hun kunde en kapitaal onder haar inwoners te tellen. Men doet dan ook alle mogelijke moeite, oin de vreemdelingen aan te lokken.

Bij resolutie van 25 September 1681 besluiten de Staten van Holland : „dat alle familiën, die zich in dit gewest voor goed zouden willen nederzetten, voor den tijd van twaalf jaren vrijdom van alle lasten en schattingen 'slands zouden genieten." In andere gewesten worden dergelijke besluiten afgekondigd. De steden volgen het voorbeeld der hooge regeering. Zij wedijveren in het verleenen van vrijheden. Te Amsterdam wordt: „aan zes huysgezinnen . . . het Burgerschap en drie jaaren vrydom van Stads Excynzen geschonken, benevens verlof, om hunne handwerken buiten de Gilden te mogen uytoefenen". ')

Onder anderen, begaf zig Pierre Baille,

een voornaam Koopman uit Clermont in Languedoc, naar Amsterdam wien hier het gewezen

•) Wagenaar, deel VI, p. 51.

Sluiten