Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

angstvalliger aan de oude reglementen vast. De bepalingen omtrent het meesterstuk en de toelating tot de gilden — die veel raeds beooc-

° o

den had men laten vallen, maar alles, wat betreffende aantal leerlingen en werktuigen voor-

° o

geschreven was, werd gehandhaafd. Als groote uitzondering was in enkele steden de huisindustrie geoorloofd, waarschijnlijk ten gevolge van de vestiging der Walen.

Dit alles verandert in een ommezien na de komst der Hugenooten. Deze zijn in hun land aan de manufactuur gewend en kunnen alleen onder dezen vorm hun bedrijf voortzetten. Zij behoeven groote werkplaatsen, waar onder toezicht van een meesterknecht van vijftig tot honderd loonarbeiders werken.

Het stadsbestuur heft nu overal voor hen de gildereglementen op. Weeskinderen en armlastigen worden hun als werkkrachten ter beschikking

ö

gesteld.

Begrijpelijkerwijze verzetten zich de gildemeesters tegen de concurrenten en de nieuwe orde van zaken. Bovengenoemd besluit van de Amsterdamsche vroedschap van 1690 komt mede door hun klachten tot stand.

Met dat al herleeft de Nederlandsche industrie,

Pringsheim. p. 29, 30.

Sluiten