Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het verval van nijverheid en handel is in de steden merkbaar in het afnemen der huizen en van het aantal inwoners.

Amsterdam b. v. telt in 1709: 23,064 huizen, in 1732: 26,035 en in I74°: 26,317. Toch is er in dit laatste jaar voor redelijken prijs nog geen huis te huur of te koop. Maar in Mei 1740 staan er 410, een jaar later 790 en in 1743 zelfs 889 huizen leeg. ')

Te Haarlem worden er van 1743 tot 1807 1214 perceelen afgebroken. „Straten, waarin voormaals, gelukkige huisgezinnen door den arbeid een eerlijk bestaan vonden, zijn geheel afgebroken en in groene velden herschapen ... In alle de straten, alwaar voorheen het geklepper der getouwen, en het vrolijk lied der arbeiders gehoord werd, heeft thans doodsche stilte de levendigheid vervangen, die geboren werd uit eene Fabrijk, welke in de dagren van haren grootsten bloei aan

ö n

vele duizenden werk gaf." 2)

Ware deze tijd er een geweest van hoogen bloei van den landbouw, gewis zouden de marktsteden er wel bij gevaren hebben. Doch, „de tegenwoordige landbouw en veenering van onze landgenooten, is dan niet van zeer groot belang,

') Wagenaar, I, p. 169. Struyck, Nadere ontdekking nopens den Staat van het menschelijke geslacht, p. 131.

') de Koning, II, pag. 241, 274.

Sluiten