Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heerschen niet. Ook de schrijvers der negentiende eeuw, als de Bosch Kemper en Laspeyres, maken geen melding van geringe geboorte of van voor dien tijd abnormale sterfte. Wel is bekend, dat de Nederlandsche bevolking of zeer rijk of straatarm was, dat een gezonde middenstand eigenlijk ontbrak, en het behoeft zeker hier niet vermeld te worden, dat een dergelijke sociale toestand de nataliteit niet doet stijgen. Dat werd in die dagen ook opgemerkt. Zoo leest men in ,,de Koopman" dat de boerenzoons en dochters, welke in de stad dienen, gemeenlijk laat huwen en weinig kinderen krijgen.

In hoeverre nu het sterfte-overschot het deficit veroorzaakte, is niet na te gaan. Toch laat het zich eerder denken, dat de bevolking vooral door vertrek gedund is,

Pringsheim vermeldt, dat de Leidsche arbeiders wegtrokken, tot naar Spanje toe. In het „Tafereel van Haarlem" wordt het vertrek van een zekeren Kouwenhoven, die zijn zijdefabriek naarCreveld verplaatste, als de oorzaak van den onder°-ano-

o ö

der zijdenijverheid genoemd. J. Ouwerkerk de Vries schrijft in „Verhandeling over den Nederlandschen Koophandel", ') dat „het gemis aan genoegzaam werk in Holland menig trafijk en

') Aangehaald bij h. Roland Holst—v. d. Schalk, p. 13.

Sluiten