Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaken, dat de goederenhandel zich over het algemeen weinig ontwikkelt.

Het is derhalve geen wonder, dat een tijdgenoot in 1844 uitroept: ,,De buitenlandsche handel kwijnt, en zou nog dieper zijn gevallen, zooniet de groote hoeveelheid van koloniale voortbrengselen dien eenigermate ondersteunde." J)

Ook de nijverheid heeft in de eerste helft der negentiende eeuw weinig te beteekenen.

Koning Willem I, die het handeldrijvende Noorden met het nijvere Zuiden wil samensmelten, moedigt in Noord-Nederland de industrie in geringe mate aan. Zoowel op de Gentsche tentoonstelling van 1820als op de Haarlemsche van 1825 blijkt de Noord-Nederlandsche nijverheid zeer bij de Belgische ten achter te staan. 2) Na 1830 tracht de Regeering door sterk beschermende maatregelen de Nederlandsche nijverheid op te beuren, doch zij worden meestal ingetrokken, voordat het doel bereikt is.

In Engeland, Frankrijk, en deels ook in Duitschland begint men omstreeks dezen tijd reeds het handwerk meer en meer door stoomfabrieksnijverheid te vervangen. Wil de Nederlandsche industrie

') Mr. D. A. Portielje, p. 6S.

s) Vergelijk Koenen, Voorlezingen over de geschiedenis der nijverheid in Nederland, p. 135 e. v.

Sluiten