Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een optimist uit die dagen, Mr. Vissering, wil in deze cijfers slechts statistiek der bedeeling, niet der armoede zien. ') De stijging van het aantal ondersteunden is echter zoo aanzienlijk, dat men wel tot een toenemende armoede moet besluiten.

Een ander in het oogloopend bewijs voor het nijpende gebrek is de vermeerdering van het aantal bedelaars, niet in de straat, maar onder de personen opgenomen door de koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid. Dit aantal stijgt van 1053 in 1823 tot 5490 in 1848, en is wel een vermoeden, dat niet luiheid of ondeugd, maar groote ellende tot bedelen dwingt.

In sommige steden worden de armlastigen des ochtends met scharen door de poorten naar buiten gelaten, opdat zij, bedelend in den omtrek, zich de kost zullen verschaffen. 2)

Ook met den minvermogende, die niet bedeeld wordt, is het meestal armoedig gesteld. ,,De volksvoeding is zeker in geene driehonderd jaren zoo slecht geweest, als in den tegenwoordigen tijd", „het toenemend verbruik van paardenvleesch is een verschijnsel, dat men niet voorbij mag zien", en „wij hopen nog, dat het zoo ver in Nederland

') Over werkloonen en volksvoeding. 3) Sloets Tijdschrift, deel VIII, p. 177.

Sluiten