Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overtrof de geboorte de sterfte in alle jaren behalve in 1846 en 1847* Het geboortenoverschot bedroeg evenwel aldaar in de periode 1840 tot 1849 slechts 2597 personen of 3,3% der bevolking.

Door vestigingsoverschot nam de Amsterdamsche bevolking van 1840 tot 1849 toe met 5,5%» en de Rotterdamsche met 12°/0.

Van een algemeenen „trek naar de stad" is in die dagen nog geen sprake. Over de verhouding tusschen vestiging en vertrek ontbreken de gegevens.

De officieele statistiek meldt alleen de immigratie der dienstboden van het platteland naar de steden, waaraan zij het feit, dat de overmaat van vrouwen zich het sterkst in de provinciën met de groote steden openbaart, toeschrijft. ')

De onderzoekingen naar den toestand der landelijke arbeiders in die dagen gehouden, spreken niet van verhuizingen naar de steden. 2) In Friesland schijnt wel reeds het absenteïsme een aanvang te nemen. Om aan den druk der armenlasten te ontkomen, vestigt menig welgesteld dorpeling zich in de nabijzijnde stad. Maar de Nederlandsche boerenarbeider blijft in de gemeente

]) Vergelijk Statistisch Jaarboek van 1851, bi. 20. ') Vergelijk Slolts Tijdschrift, deel VII, VIII, IX, X.

Sluiten