Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV. De Nederlandsche stad van 1849 tot 1859.

De eerste wereldtentoonstelling wordt in 1851 te Londen geopend. De tijdgenooten beschouwen haar als het begin van een algemeene verbroedering der natiën en als een gelegenheid om de mate van ontwikkeling, die de nijverheid der verschillende landen bereikt heeft, na te gaan.

Ook Nederland neemt aan dien wedstrijd deel. De indruk, dien zijn uitstalling maakt, is allertreurigst.

Alle fabrikaten staan, wat wijze van vervaardiging en sierlijkheid betreft, bij die van andere landen ten achter; hun aantal is allerbedroevendst klein. Geen enkele afdeeling is op de tentoonstelling zoo slecht bezocht, en de Nederlandsche bezoeker weet niet beter te doen, dan „zijn naam van Dutchvian te verloochenen". ')

') Baumhauer, p. 40.

8

Sluiten