Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het verschil in geboortenoverschot vloeit derhalve uit verschil in sterfte voort, en het geringe geboortenoverschot mag als een gevolg van aanzienlijke sterfte worden beschouwd.

Naast een klein geboortenoverschot staat weinig beteekenende immigratie. De vestiging wordt in deze tien jaren in Nijmegen, 's-Gravenhage en Leiden door de emigratie overtroffen. In Amsterdam komt het vestigingsoverschot op 4,47% in Haarlem op 4.37%. in Utrecht op 4,50%, en in Dordrecht op 4.73% neer. Alleen in Rotterdam, de stad, waar het handelsvertier toeneemt, is dit accres, hetwelk 11,7% bedraagt, van beteekenis. In de overige steden vormt de kleine schaar van immigranten en emigranten een vlottende bevolking, die om verschillende motieven heen en weder trekt, zonder, ook naar het oordeel der tijdgenooten, grooten invloed op de stedelijke bevolking uit te oefenen. Het geheele vestigingsoverschot der mannen in de 87 gemeenten, die onder de grondwet van 1815 steden zijn, bedraagt van 1849 tot 1859 slechts 1385 personen.

Het is alleszins natuurlijk, dat de „trek naar de stad" gering is. In de eerste plaats bestond er op het welvarende platteland weinig reden tot emigratie. En zij, die niet altijd boerenarbeider wilden blijven, en elders hun geluk wilden be-

Sluiten