Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verhouding tusschen het gebruik van tarwe en andere graansoorten zich ten sfunste van de

o o

eerste wijzigt.

Rund- en kalfvleesch worden in steeds toenemende mate genuttigd. De verbruikte vleeschwaarde bedraagt in de periode 1857/1861 gemiddeld f 4.30 per hoofd der bevolking, en 20 jaren later f 8,20. Ook het gebruik van koffie, thee, suiker en tabak is (resteren.

O o

In alle standen is de welvaart doorgedrongen.

ö o

De verslagen der kamers van koophandel en fabrieken dier jaren getuigen bijna alle van de tevredenheid der fabrikanten en handelaren. De belanghebbenden bij cultuurondernemingen zien hun inkomsten stijgen, en menig jongeling, die onvermogend naar Indië toog, keert rijk weder.

Loonstatistieken ontbreken. De schrijvers uit deze jaren verhalen, dat de loonen der stedelijke arbeiders in eenige ambachten stijgen1), zonder de feiten aan te geven, waarop hun beweren steunt. Het grootere verteringsvermogen der arbeiders kan worden opgemaakt uit de vermindering van het aantal onbelaste woningen, hetwelk in 1856 40 pet., in 1868 89 pet. en in 1883 35 pet. van alle woningen bedraagt, terwijl het aantal onbelaste woningen van 1868 tot 1883 met 5 pet, het aantal belaste met 26 pet. toeneemt.

!) Zie b.v. «Huizenbouw in Nederland» in De Economist van 1884.

Sluiten