Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de eerste stad vooral arbeiders, de laatste welgestelder! aantrok.

In het volgend decennium evenwel neemt de bevolking in verscheidene steden door immigratie toe. Het vestigingsoverschot bedraagt dan : te Tilburg 4,5% te Rotterdam 16,7%

„ Arnhem 14,6% * Amsterdam 6,5%

„ 's-Gravenhage 13,8% „ Haarlem 7,7% „ Delft 6.8% „ Groningen 11,5%

De immigranten zijn behalve de welgestelden, die zich vooral in 's-Gravenhage, Arnhem en Haarlem vestigen, in hoofdzaak arbeiders en dienstboden.

De aanzienlijke huizenbouw heeft een groote vraag naar werklieden in bouwbedrijven ten gevolge, die niet geheel door het aanbod der stedelijke arbeiders gedekt kan worden. Deloonen van metselaars, opperlieden, timmerlieden stijgen en lokken arbeiders van elders aan. Uit den aard der zaak ontstaat hier een kringloop: de immigranten verlangen een woning, zoodat de huizen veelal voor en door hen gebouwd worden. Daarom neemt in alle steden de immigratie toe in de jaren van grooten uitleg; in 's Gravenhage en Groningen b.v. onmiddellijk na 1870.

Met de werklieden in bouwbedrijven trekken ook andere arbeiders naar de steden. In Rotterdam en Amsterdam vallen de jaren van uitbrei-

Sluiten