Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ding der scheepvaart met die van vermeerdering der vestiging samen.

In de eerste stad stijgt na 1872, in de laatste na 1876 de immigratie. De verplaatsing der Stoomvaartmaatschappij Nederland draagt tot de toeneming der vestiging in de hoofdstad bij.

Eveneens hebben de fabrieken te Haarlem arbeiders van elders tot zich getrokken, en heeft de nijverheidsonderneming te Hof van Delft de immigratie der werklieden naar Delft in de hand gewerkt. Ook Tilburg trekt nog arbeiders aan, hoewel het vestigingsoverschot daalt, en zich in 1879 in verhouding minder elders geborenen onder de bevolking bevinden dan in 1869.

De vrouwelijke immigrant vindt in deze jaren van welvaart, toen veel verteerd werd, als winkeldochter en dienstbode in de stad nog meer dan te voren een werkkring'.

o

Op het platteland worden de gevolgen van den trek naar de steden nog niet gevoeld. De

o o

bevolking neemt in de gemeenten van minder dan 20,000 zielen van 1860 tot 1869 met 7,5% en van 1870 tot 1879 met 9,8% toe.

De stijging van dit accres toont aan, dat de bestaansmiddelen in de dorpen aan het toenemend geboortenoverschot het levensonderhoud over het algemeen kunnen verschaffen, hetgeen bij den bloei van den landbouw te begrijpen is.

Sluiten