Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit den aard der zaak het meest nabijkomt. In 1889 telde Nederland 1101 gemeenten van minder aan 20,000 zielen, en de bevolking van 952 nam van 1879 tot 1889 of in het geheel niet of in mindere mate, dan de bevolking gemiddeld vermeerderde, toe. 1 erwijl het zielental van het rijk 12,42% steeg, bleef het accres der bevolking van deze gemeenten beneden dit peil, of nam zij zelfs af.

In bijna alle deze gemeenten waren volgens bovengenoemde Uitkomsten landbouw en veeteelt hoofdbronnen van bestaan. Hierdoor wordt wel bewezen, dat de emigratie in de landbouwcrisis haar oorsprong vond ').

Het zielental ten plattelande is dan ook in deze jaren weinig toegenomen. Het accres bedraagt:

| 1869/1879 j 1879/1889

in gem. van 5000-20.000 zielen 12,08% 10 ^°/

„ „ Van minder dan 5000,, 8,11 „ 4')2i

"?elTd, 6,21,, 5.64,,

" lnfTdA 12„ 1,85 „

" Nederland 12,09 „I 12,42 „

Vele emigranten zijn tijdelijk of voor altijd naar de Duitsche kanaalwerken en fabrieken getrokken. Anderen richtten hun oog op overzeesche gewesten.

Het aantal Nederlandsche landverhuizers steecr

ö

') Vergelijk ook: K. Reyne. De uittocht der plattelandsbevolking.

II

Sluiten