Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ondanks het geringe vestigingsoverschot is het zielental van alle steden ook in deze jaren aanzienlijk toegenomen. Dit nu is een gevolg van de vermeerdering der bevolking langs natuurlijken weg. Hoewel de geboorte afneemt, daalt ook de sterfte wederom in belangrijke mate. Deze bedraagt gemiddeld 's jaars van 1889 tot 1899: in Amsterdam 13,2 %o

„ Rotterdam 19,8 „

„ 's-Gravenhage 18,5 „

„ Utrecht 19,7 „

,, Groningen 17.8 ,,

Het geboortenoverschot is dientengevolge hoog. In tal van steden heeft de toeneming der bevolking er in hoofdzaak op gesteund, gelijk uit den volgenden staat blijkt.

In de 24 gemeenten, die in 1899 meer dan 20,00ü zielen tellen, bedraagt van 1889 tot 1899:

Gemeente ^et accres ^er ^et accres d°°r

bevolking: geboortenoverschot:

Breda 17,6% 14,4 %

's-Hertogenbosch 12,4 „ 11,5 „

Tilburg 19,8 „ 19,1 „

Apeldoorn 33,6 „ 18.4 „

Arnhem 14,2 „ 12,9 „

Nijmegen 33,1 „ 14,7 „

's-Gravenhage 31,3 „ 19,4 „

Delft 11 „ 16,1 „

Dordrecht 21,1 „ 14,5 „

i

Sluiten