Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wanen, dat het leven van een heilige slechts bestaat in het vernietigen der natuurlijke begeerten, en dat dit bereikt wordt door

„spasinodic unnatural efforts" *).

Hij was zich toen niet, als in lateren tijd, bewust, dat „het ascetische leven van onthouding, vasten, en allerlei gestrenge en zonderlinge praktijken de lagere en meer aardsche vorm van religie is" 2) en dat „after all" „het ascetische leven een verfijnde vorm van zelfzucht moet genoemd worden" 3). Om te verduidelijken in welken zin Robertson dit laatste bedoelde, wil ik enkele woorden

aanhalen uit de preek: Jacobs wrestling.

„Laat ieder, die oprecht is, neerdalen in de diepte van zijn wezen en ons een antwoord geven op de vraag: welke is de innigste begeerte uwer ziel? Naar dagelijksch brood? Dit vroeg Jacob, toen hij zijn God voor het eerst ontmoette - bewaring, veiligheid. Is het zelfs: vergeef ons onze zonden? Jacob had eene" zonde die hem moest worden vergeven, en in dat plechtigste oogenblik van zijn leven sprak hij daarover geen woord. Of is het- Uw Naam worde geheiligd? Neen. Onze brooze en toch verhevene natuur vraagt misschien in de meer aardsche tijden van ons godsdienstig leven: red mijne ziel, maar in de meest hemelsche momenten is het: zeg mij uw Naam 14).

In dezen zin spreekt, meen ik, Robf.rtson over „a refined form of selfishness", eene verfijnde wijze om ons met ons zelf bezig te houden; in dien zin zou men Winchester zijn «Bethel' , den laatsten tijd te Cheltenham en zijne reis „den Jabbok' kunnen noemen En heb ik Robertson goed begrepen, dan vloeide deze vorm van een „zich bezig houden met zich zelf", deze strijd en dat lijden hieruit voort, dat hij zich niet volkomen aan God kon overgeven, niet volkomen gevoelde, dat hij kind was van God.

1) Life and Letters, p. 148; zie ook Sermons 111, pp. a8, 59.

2) Sermons 11, p- 260.

■>) „ V, p. 98.

4) „ l, PP- 46, 47.

Sluiten