Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vonden, zochten en vonden haar o. a. bij Carlyle, maar vooral bij de toen opkomende nieuwe beweging, nl. de zoogenaamde „Broad Church", waarvan de voornaamste leiders waren: F.. D. Maurice en C. Kingsley - en waartoe ook Robertson moet gerekend worden; zij staan het dichtst bij Coleridge, Whateley en enkele anderen. Oorspronkelijk werd met deze benaming van Broad Church geen partij aangeduid, maar werd zij voor 't eerst gebruikt in 1850 door Dean Stanley, die van de Engelsche kerk zeide, dat zij was: „by the very condition of its being neither High, nor Low, but Broad i). Deze Broad Church heeft nooit scherp belijnde grenzen gehad; de voornaamste vertegenwoordigers verschillen aanmerkelijk in hun meeningen.

Hoewel ik in dit verband ook Robertson noemde, zoo kennen wij hem toch reeds voldoende om te weten, dat wij door dit te doen op onze beschrijving van zijn leven eenigzins zijn vooruitgeloopen.

Immers toen hij uit Genève terugkeerde, behoorde hij tot de evangelische partij, en na enkele maanden werd hij - in 1842 in deze onderstelling beroepen tot hulpprediker te Cheltenham.

Hij kwam hier in eene geheel andere omgeving, daar hij tot nu toe bijna uitsluitend gearbeid had onder de armen „who do not make so great a parade of their spiritual life"2).

Cheltenham was een badplaats en een stad van weelde, bovendien, volgens BrookeS) een „hotbed of religious excitement".

Robertson kwam hier veel meer dan in Winchester in aanraking met een bepaald soort menschen, die in elke partij te vinden zijn, maar die vooral bij het evangelisme voorkwamen, 't geen wel eenigszins begrijpelijk is, daar bij de oppervlakkigen onder hen het groote gevaar bestond om zich tevreden te stellen met het verstandelijk aannemen der leer, om dan voorts laag neer te zien op andersdenkenden, en bovenal om de munt, de dille en

!) Tulloch, p. 261.

2) Life and Letters, p. 79.

3) » „ p. 79.

Sluiten