Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den komijn te vertienden, doch het zwaarste der wet na te laten. Naast innige vroomheid en zedelijkheid van zuiveren stempel, heeft het evangelisme veel van deze doode rechtzinnigheid voortgebracht. Zij waren de Christenen, uitreikers van den Christentitel aan de menschheid, in de eerste plaats aan den predikant; uitdeelers der eeuwige zaligheid en verdoemenis; zij maakten uit, wat moest worden gedacht, gevoeld, geloofd, gedaan. Het beste wapen tegen de aanvallen van dezulken, is volgens Maclaren i) een dikke huid en een onverstoorbaar goed humeur. Maar Robertson miste beide, wat voor hem beteekende: werkelijk lijden. Vooral stond hij onder voortdurende controle van zijn „muslin episcopate" zijne bisschoppen in inoesseline klecding, zooals hij zijne ladyhearers noemde-'), en volgens Robertson*) zijn „women even more violent in their bitterness then men".

Deze bitterheid was, tenminste in het begin, geheel onverdiend, daar men hem verkeerd beoordeelde en allerlei meeningen toeschreef, die hij in 't geheel niet had bedoeld, veel minder uitgesproken.

Doch nu weet hij dit, vooral in de eerste jaren, meer aan zichzelf, dan aan de hoorders, die de waarheid alleen in bepaalde vormen konden herkennen. Robertson gaf de schuld aan zich zelf; hij was onduidelijk geweest; ja hij was ongeschikt voor zijn werk, dat hij begon te beschouwen als eene mislukking.

Hij was van oordeel geen invloed uit te oefenen, want al kwamen er velen om hem te hooren, het gaf hem geen genoegen te weten, dat „wat hij zeide, door menigeen werd bewonderd, het moest ook worden gevoeld" 4). Nu was dit natuurlijk bij velen wel het geval, namelijk dat zij bewonderden zonder dieper en zuiverder belangstelling, maar dit gaf Robertson toch allerminst

J) Sermons V, Introduction Ian Maclaren, p. XXXVII.

2) Life and Letters, p. 66.

s) » » ii p. 191.

4) » .1 » p. 66.

Sluiten