Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hoe lang zal het preeken duren? Van ganscher harte hoop ik, niet tot het einde van mijn leven, of het moest zoo goed als afgeloopen zijn; want het is een ellendig martelaarschap, bestaande in een langzamen dood, niet ongelijk aan het welwillend systeem om iemand te roosteren op een klein vuurtje, met welk systeem de goede Christenen van vroeger tijd op zoo uitstekende wijze de grootte van hun Christelijke bedrevenheid getoond hebben" ').

„Ik kan het alleen verdedigen op grond van de groote wet, die, naar ik geloof, de wet van ons bestaan is: opoffering voor anderen" -).

„Mocht het Gode behagen, dat ik wat meer ware dan een peperbus, die dienen moet om een aangenaam-sterke prikkeling te geven aan Brightoniaansche gehemelten" 3).

„Ik wenschte, dat ik het preeken niet zoo haatte, maar de vernedering een Brightonsch predikant te zijn is bijna ondragelijk" ■»).

„Ik kan niet zeggen, hoe ik mij vernederd gevoel, dat ik ontaard tot een populair prediker van een fatsoenlijke badplaats" 5).

Het valt niet te ontkennen, dat Robertson hier sterk overdrijft; hij miskende op deze wijze vele blijken van oprechte waardeering en sympathie, die hij toch óók ontving. Laten wij intusschen bedenken, dat hij zulke uitdrukkingenin brieven bezigt: in korten tijd opgeschreven, gericht aan personen, die hem kenden en wisten, hoe ze alles moesten opvatten; vlug op het papier

1) Life and Letters, p. 192.

2) „ „ „ p. 231.

3) „ „ „ p. 307.

<) „ „ „ p. 331.

6) „ „ » p. 431.

6) Hiermee heb ik ook het oog op velerlei uitvallen tegen de evangelische partij, jegens welke hij - ondanks zijne groote verdraagzaamheid, die hij overigens steeds ten opzichte van andersdenkenden betrachtte wel eenigszins en soms zeer onbillijk is geweest. Maar de groote bekrompenheid, en onverdraagzaamheid, waarmede hij voortdurend in aanraking kwam, kunnen ons die stemming wel begrijpelijk maken.

Sluiten