Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na het preeken kreeg hij dikwijls tot Woensdagavond hevige pyn en leed hij ondragelijk, maar „de tanden stijf op elkaar, hg hij stil neer zonder een kreet te slaken." Ten laatste moest hij eenige weken rust nemen, en in zijne afwezigheid brachten eenige leden van zijne gemeente gelden bijeen, om hem in staat te stellen een hulpprediker te nemen.

Toen dan ook, kort na zijn terugkomst, de pijnen terugkeerden,

nam hij het aanbod gaarne aan en benoemde hij zijn vriend Rev.'

Ernest Tower, iemand die bij de gemeente goed stond aangeschreven.

Deze benoeming moest goedgekeurd worden door den Vicar van Brighton, Rev. H. M. Wagner, een man, die veel voor de kerk daar gedaan heeft, maar die zeer autocratisch was.

Nu had hij, geheel ten onrechte, eene ongunstige meening opgevat ten opzichte van Tower, hetgeen berustte op het feit, dat deze zich met eene finantiëele kwestie had ingelaten; hiertoe was deze wel volkomen in zijn recht, maar 't geschiedde tegen den zin van Wagner en Tower had dingen gezegd, die Wagner niet had willen hooren en niet kon vergeten. Uit persoonlijken wrok weigerde hij daarom deze benoeming goed te keuren, behalve onder voorwaarden, die Robertson niet eens aan Tower durfde voorstellen.

Het weinige, dat wij in deze tragische geschiedenis ter verontschuldiging van Wagner kunnen aanvoeren, bestaat hierin, dat hij niet wist, dat Robertson zóó ziek was en ook meende hij misschien, dat Robertson een anderen hulpprediker zou nemen.

Dit was echter niet het geval. Robertson weigerde beslist eene andere keuze te doen, omdat hij den Vicar niet het recht toekende, eene benoeming op persoonlijke gronden af te wijzen i).

Nog twee Zondagen nam Robertson den dienst waar, waarna het hem niet meer mogelijk was zijn werk te verrichten.

!) Zie den brief van Robertson aan Wagner, Life and Letters, p.462.

Sluiten