Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omdat, als wij van ons zelf uitgingen, wij gevaar zouden loopen om het Goddelijke te misduiden, terwijl ook bij de profeten de Goddelijke stem steeds gemengd is met de menschelijke. In Christus echter wordt God volmaakt gezien en in zijn leven wordt het Goddelijke even zuiver weergegeven, als de zon zich spiegelt in de diepten van het kristalhelder meeri).

In zooverre heeft men dus recht te spreken van een „filial and final Dispensation"-'), maar aan den anderen kant mogen wij niet vergeten, dat de Goddelijke openbaring niet staan blijft bij wat wij in het Evangelie bezitten. Evenals God zich steeds duidelijker openbaarde, zoodat „Aiozes, Job, David ', slechts een zeer duister besef hadden, van wat de Christenen thans mogen inzien, zoo zal er ook een groot verschil aanwezig zijn tusschen de opvattingen van deze laatsten, en die van ver na ons komende geslachten.

Voortdurend kunnen wij opmerken, dat de indirecte waarheden van den eenen tijd de directe waarheden worden van eene latere periode 3). Zoo werden sommige directe waarheden van de Christelijke openbaring, gelijk b.v. de meeningen omtrent onsterfelijkheid en zelfovergave, door de Joden niet rechtstreeks gekend. Deze zelfde ontwikkeling zien wij ook later. De eerste Christenen hadden b.v. geen duidelijk begrip over de toelating der heidenen. Wordt ons zoo niet eveneens een hoop gegeven op eene betere toekomst, wanneer wij lezen: één is uw Meester, Christus, en gij zijt allen broeders, eene waarheid, die tot nu toe bijna in geen enkel opzicht tot verwezenlijking is gekomen? Op eene andere plaats lezen we: niemand zeide, dat iets van hetgeen hij had, zijn eigen was; zijn deze woorden, vraagt Robertson, waarop de vreemdste socialistische stelsels gebouwd zijn, niet eene toespeling, eene aanduiding, dat er eens eene levenswijze zal komen, oneindig verheven boven ons tegenwoordig systeem van concurrentie?

') Sermons II, p. 15

2) Sermons II, p. 142.

3) Zie bv. Sermons V, pp. 235-237, 250.

4

Sluiten