Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is niet als een vijver, die zich zonder eenige rimpeling kan vertoonen, maar zij golft en beweegt gelijk de zee, omdat de eeuwigheid in ons hart is weggelegd. Nooit te rusten is de tol, dien wij moeten betalen voor onze grootheid.

2. Eene andere aanduiding voor 's menschen grootheid, vindt Robertson i) in «the infinite capacities of the soul". Tegenover de „intellectual capacities", die wij liever onbepaald dan oneindig moeten noemen, omdat wij geen grenzen kunnen vaststellen, zijn onze zedelijke en geestelijke hoedanigheden als oneindig te beschouwen. Dat weet ieder, die een ander innig heeft liefgehad: toen was oneindigheid niet een naam niaar eene werkelijkheid.

3. Een ander bewijs vindt hij 2) in het vermogen, dat de mensch bezit om zich zeiven op te offeren, 't welk onder verschillende vormen telkens - ook bij de laagst gezonkenen voor den dag komt, en dat wijst op iets in onze natuur, dat onvernietigbaar is.

4. Elders3 noemt hij de verveling, waaraan zoovelen ten prooi zijn, een der teekenen, die een blijk zijn van onze hoogere natuur; immers het is onze grootheid, die ledigheid ondragelijk maakt. Wij kunnen niet als insecten tevreden zijn „to flutter from sweetness to sweetness, and from bud to flower".

5. Maar ook in het feit, dat de mensch kan lijden door berouw en schuldbesef, ziet hij een teeken van onze grootheid-4). Wij kennen ook eene smart, die. voortspruit uit het gevoel van pijn, welke mede bij de dieren wordt aangetroffen. Doch alleen een mensch kan lijden, omdat zijn hart is bezoedeld, omdat een licht, schitterender dan dat der zon, is verduisterd. Deze onuitsprekelijke zielesmart, welke voortspruit uit het bewustzijn, dat de mensch zichzelven heeft verlaagd, is een voorsmaak

!) Sermons III, p. 154.

-) „ III, pp. 154, 155.

3) „ II, p. 80.

*) „ V, p. 47.

Sluiten