Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. Van de „wereld" gaat een besmettende invloed uit op de teerheid van het gemoed i).

Het uitgaan in allerlei kringen, de boeken, die worden gelezen, dragen hiertoe het hunne bij. Maar, „when the drapery is torn from life, we know what lies beneath", nl. een besef van minder geworden, van ontaard te zijn, want, zoo zegt hij het teekenend: „incipient Goodness dried up like morning dew upon the heart", Wil men weten, wat ongevoeligheid is, men begeve zich niet in de kringen, waar gewerkt wordt, niet tot de armen, maar men wende zich tot de wereld van wuftheid, van elegant maar oppervlakkig fatsoen, waar het hart is versteend door op te gaan in allerlei nietigheden en verstrooiingen 2).

Bovendien verliest men meer en meer het vermogen om te genieten3), daar de eenvoudige genoegens, die de natuur verschaft, hun prikkel hebben verloren. Zulk een leven is echter ook in tegenspraak met den hoogen aard, de hooge bestemming van den mensch4). "The life of worldliness" spreekt het uit, dat dit leven alles is. En naarmate men zich meer hecht aan deze wereld, vervloeit de wereld der onzienlijke dingen. Hoe zal men kunnen zien op het verval van den uitwendigen mensch, zonder zijn hoop te verliezen, als niet de innerlijke opstanding is begonnen; meer en meer komt men tot deze levensopvatting, dat het toeval in alles een rol speelt, dat er niets nieuws onder de zon is, dat alles ijdel is en onstandvastig.

Gevaren voor de godsdienstige en zedelijke beginselen ontstaan verder uit het 2. gebrek aan geestelijk waarnemingsvermogens).

') Sermons I, p. 25, II, p. 195, V, p. 223

2) Life and Letters, p. 436. „More and more a life of amusement and visiting seems to me in irreconcilable antagonism to Christianity, and more destructive to the higher spirit than even the mercantile life in its worst form." ») Sermons V, pp. 225, 226.

4) » I, PP- 171, 172, II, pp. 158-162, IV, p. 70. ~°) .. I, pp. 23-26.

Sluiten