Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij sommigen blijft alles uiterlijk; zij beweren een grooten eerbied te hebben voor de geestelijke dingen, maar het blijft bij woorden; wat zij zeggen wordt niet werkelijk gevoeld en doorleefd, zoodat zij nooit geroerd worden tot op den bodem hunner ziel. Komen er dan ook andere indrukken, dan blijkt het spoedig, dat deze sterker zijn en de overhand behouden. Ieder weet dan ook bij ondervinding, hoe wij onophoudelijk blootstaan aan allerlei invloeden, die plotseling op ons inwerken, en eer wij er om denken, zijn alle gedachten aan iets hoogers verdwenen. Zelfs in onze reinste oogenblikken, wanneer wij verkeeren in het heilige der heiligen „sweep there foul birds of the air, villain fancies, demon thoughts."

3. gebrek aan diepte en beslistheid van karakter i).

Robertson beschrijft dit aldus: „there is a quick easily-moved susceptibility that rapidly exhibits the slightest breath of those emotions which play upon the surface of the soul, and then as rapidly passes off." Uit de lichtbewogen, sprekende gelaatstrekken kan men elke voorbijgaande gedachte opmaken, doch elke gedachte, elk gevoel blijft op de oppervlakte en moet verwelken, daar het „geen diepte van aarde" heeft. Wanneer alles voor den wind gaat schijnt het wel, alsof deze menschen zeer godsdienstig zijn, maar wat blijft er van over, wanneer God tot hen spreekt, gelijk tot Job, uit den wervelwind, als het kruis het eenige voorwerp is, dat in het sombere landschap gezien wordt?

Hoe kan de geest, die veranderlijk en onstandvastig is als een veer in den wind, gelooven aan eene blijvende waarheid?2) Alle dingen moeten hem ook wel onbepaald en onbestendig toeschijnen, evenals de mensch, die op zee heen een weer wordt geslingerd, meent, dat alles naar beneden en omhoog beweegt of

i) Sermons i, pp. 23-26.

-) Sermons I, p. 302; zit over de oorzaken van deze onbeslistheid bv. Sermons V, pp. 88-91.

Sluiten