Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in 't rond draait, in overeenstemming met zijn eigen plaatsveranderingen.

4. doorgaande ontrouw aan eigen overtuigingen i).

Velen doen als Pilatus, die zich overtuigd had, dat Jezus onschuldig was, doch die desniettegenstaande zich trachtte te ontslaan van wat hij als zijn plicht erkende. Robertson noemt het een „boundless danger", dat men allerlei vraagstukken gaat onderzoeken, zonder er intusschen ooit zijn gedrag naar te regelen; geen wonder, dat men in dit geval, een gevoel van verlatenheid krijgt, het leven als een last gaat beschouwen en alles onzeker moet vinden.

5. een lichtvaardige spottende, oneerbiedige geest^).

Vooreerst kunnen zij, die zulk een geest bezitten geen adel van

karakter begrijpen, vooral ook, omdat niemand in hun bijzijn uiting zal geven aan edele aandoeningen, doch bovenal doen dezulken alles verwelken, wat door hen wordt aangeraakt.

6. het toegeven aan een „intellectual spirit"3).

Robertson bedoelt hier niet mee de wetenschap, die hij, zooals wij later zullen zien, zeer hoog stelt, noch de wijze, waarop deze door zoo menigeen wordt beoefend. Doch naast een wetenschap, die bestaat in een eerbiedig onderzoeken. kan men ook zich bezig houden met allerlei vraagstukken, terwijl men innerlijk volkomen koud en onverschillig blijft, al geldt het ook de hoogste dingen. Men kan over het bestaan van God, over de bewijzen der onsterfelijkheid gaan redeneeren als over het al of niet aanwezig zijn van een vulcanischen krater, zoodat er zelfs gevaar ligt in het beoordeelen van eene preek naar het verstandelijke en niet naar het geestelijke. Want behalve, dat het verstand nooit volkomen kan verstaan, wat tot het gemoed behoort, zoo verliest menigeen liefde en diepe vereering door wetenschappelijke analyse. Wanneer men

2) 3)

Sermons I, p. 303.

V, p. 188.

I, P. 5, II, pp. 28 , 263, V, pp. 179, 272.

Sluiten