Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

chastened and manly hope. There is a Past, vvhich is gone for ever. But there is a Future which is still our own i)."

9. Een onvruchtbaar mijmeren over de dagen der jeugd en der onschuld-').

Voor een mensch, op middelbaren leeftijd gekomen, is het leven niet langer een droom, maar eene werkelijkheid geworden; zijn karakter is grootendeels gevormd, zijn huisgezin, zijn ambt en verdere bezigheden blijven vrij wel dezelfde, in den kring zijner vrienden en kennissen komt weinig verandering. Dan komt soms eene vage droefgeestigheid over ons, een gevoel, door Longfellow eens omschreven als:

„The feeling of sadness and longing That is not akin to pain,

And resembles sorrow only As the mist resembles the rain."

Het is een droef gevoel, gelijk dit bij ons opkomt in den herfst, als wij waarnemen, hoe elke volgende dag korter is dan de voorafgaande, het licht bleeker wordt, en de zwakke schaduwen een sprekend teeken zijn, hoe ras de natuur haar winterslaap te gemoet gaat. Dergelijke gevoelens ontstaan ook, als de haren beginnen te grijzen, wanneer men bemerkt den heuvel af te gaan en de zon reeds ter kim ziet neigen. Toch is dit geene stemming, welke behoort bij onze onverderfelijke natuur. Voor den mensch, die niet achteruit ziet, maar zijn oog richt op en die leeft voor het tegenwoordige en de toekomst, is echter eene tweede jeugd aanstaande, waarin wijsheid en voorzichtigheid gepaard gaan met „the harmiess of the dove", mannelijke kloekheid met vrouwelijke teederheid en „the somewhat austere and sour character of growing strength, moral and intellectual, mellows into the rich ripeness of an old age, made sweet and tolerant by experience"; hij kan eene liefde kennen, die reiner en dieper is, dan hij vroeger ooit zou hebben

!) Sermons III, p. 313.

2) „ I, pp. 65-67.

Sluiten