Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe zal men iemand, die niet „in every fibre of his heart" eene goddelijke Tegenwoordigheid gevoelt, bewijzen, dat zij hier of elders aanwezig is i), daar de wetenschap alleen steunt op de ervaringen der zintuigen 2), en zoodoende voortdurend „the Cause of causes" voor de menschlijke kennis achteruit brengt;i).

Hoe kan men met het verstand 4) uitmaken, welke de zuiverste beschouwing is, de Godsvoorstelling der Theisten, of de hypothesen van Epicureërs, Stoicijnen of Pantheisten? Wat leert het verstand ons van God als een Schepper, Oorzaak, immanent Leven? Immers niets! Men kan hierover eene meening hebben, maar met bijna evenveel recht het tegenovergestelde beweren. Wij kunnen wel eens opmerken, hoe eene rups zich wringt van pijn, omdat zij doorboord wordt door de maden van een sluipwesp, die haar langzamerhand levend wegvreten. Moet men nu iemands verstand verdenken, omdat hij, dit ziende, eerder gelooft in het noodlot der Stoicijnen dan in een almachtigen Wil»)?

Zoo blijkt het, dat Robertson het waarschijnlijk eens zou zijn met eene aardige uitspraak van Goethe, dat „die Existenz, durch die menschliche Vernunft dividiert, nicht ohne Rest aufgeht", wanneer men hier tenminste niet onder verstaat, dat de godsdienst gezocht moet worden op het terrein, dat door de wetenschap als terra incognita is verklaard, maar meer in deze beteekenis, dat wetenschap en godsdienst geheel verschillen in wezen.

Doch gesteld ook, dat de wetenschap komt tot de resultaten, die den inhoud uitmaken der zedelijke en godsdienstige waarheden, dan zijn deze nog niet het eigendom van hem, die

!) Lectures, Addresses and Literary Remains, p. 53.

2) Sermons I, p. 5.

3) .. I, p. 210.

4) Robertson gebruikt gewoonlijk het woord „Understanding", dat hij in navolging van Coleridge onderscheidt van „Reason", waaronder verstaan wordt, wat wij aanduiden met woorden als „rede" „hart" „ziel". Zie ook Lectures, Addresses and Literary Remains, pp. 51-53.

s) Life and Letters, p. 277.

Sluiten