Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook waarachtig moet zijn voor allen, en hierbij doet volharden, verzekerd, dat tenslotte allen hetzelfde zullen erkennen. Door het geloof kunnen wij ons de geestelijke waarheid toeeigenen, want dan zijn wij ons bewust, dat er is een „Geest, die getuigenis geeft met onzen geest", dat er is een „God, die niet ver is van een iegelijk onzer", dat er is een „Licht, hetwelk verlicht een iegelijk niensch, komende in de wereld". Dan durven wij er op vertrouwen, dat onze gedachte misschien Gods Gedachte kan zijn; wij steunen niet meer op het oordeel en het geweten van anderen, want wij weten, dat de bron, waaruit zij hebben geput ook voor ons niet is opgedroogd. Hiervoor wordt een oprecht en waarheidlievend gemoed vereischt, want de fluisterende stemmen mengen zich dooreen, en als wij ons niet terstond op ons zelf durven verlaten en onze gedachten voor de onze en niet voor die van God houden, dan komt dit, omdat het ons slechts nu en dan ernstig om waarheid te doen is. Maar zoo blijkt het tevens, dat in dit leven niets moeielijker is dan in God te gelooven.

„A life of faith is a grand, solitary, awful thing. Who among us is living iti)?"

3. Gehoorzaamheid.

Robertson bedoelt met gehoorzaamheid niet slechts die zielsgesteldheid, welke gewoonlijk met dit woord wordt aangeduid, maar vooral ook de gansche houding des levens of enkele handelingen , welke voortspruiten uit het zich onderwerpen aan een hoogeren wil, zoodat wij nu eens lezen van „obedience", dan weer van „activity", „active life", „action". Wij komen hier dus in tweeërlei sfeer van overweging, die wij afzonderlijk hebben te beschrijven.

a. Hij, die over het leven van Christus heeft nagedacht en het heeft verstaan, zegt hij eens2), zal hebben opgemerkt, dat het beginsel, 't welk aan zijn gansche bestaan richting gaf, bestond in eene voortdurende navolging van het Goddelijk Leven.

!) Expository lectures on the Corinthians, p. 319. 2) Sermons I, p. 291.

Sluiten