Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan onze gedachten geven. Dit nu is niet te voorkomen door vermeerdering van kennis, maar alleen door 's menschen „ik" op den achtergrond te dringen.

Ook op meer practisch gebied is deze waarheid van kracht. Slechts nu en dan richten wij ons leven in naar onze meeningen, doch gewoonlijk heeft het omgekeerde plaats. Paulus haalt een woord aan van de Korinthiërs: «laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij"; zij verontschuldigden dus hun losbandig leven op grond van hun sceptisch geloof. Volgens Robertson was dit geloof echter het gevolg, niet de oorzaak van hun leefwijze. „Eating and drinking we lose sight of the life to come". De slavernij is op wetenschappelijke gronden verdedigd. Maar meende men eerst waar te nemen door onderzoekingen van schedel en skelet, dat de neger een wezen was van lagere orde, en geloofde men pas daarna het recht te hebben tot slavenhandel? Of was deze leer een uitvindsel van lateren datum, ontstaan en bepleit om eigenbelang te verdedigen ?

Onze handelingen oefenen grooten invloed uit op onze meeningen, doch evenzeer op onze gevoelens. „It is God's merciful law that feelings are increased by acts, done on principle!)." Het gevoel brengt ons tot handelen, zeker, maar dit laatste kan ook' ons verzwakt gevoel weer versterken. Als ons hart koud is en onverschillig en het ons zwaar valt liefde te bewijzen jegens God en menschen, dan moeten wij beginnen met uit plichtsgevoel te handelen. Wanneer wij een aanvang maken met „ik moet", zoo zullen wij eindigen met „ik wil". Zoo moeten wij ons zelf er toe brengen in kleinere dingen voorkomend, vriendelijk, hartelijk te wezen; — meer en meer zullen wij gevoelen het ook in grootere dingen te kunnen zijn.

Zoo verstaan wij het, hoe hij kon zeggen: „there is no argument in all the world by which doubts can be made to pass away

i) Sermons IV, pp. 241, 242, V, p. 181.

Sluiten