Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het mogelijk is, dat ons organisme somtijds zoo langen tijd ongedeerd kan blijven en de mensch zoo lang bewaard wordt voor lichamelijk leed. Ons gemoedsleven is evenwel nog oneindig teerder, — de smart, welke daar gevoeld wordt derhalve veel heviger, en dat naar verhouding van de hoogte, waarop hij staat, dien dit lijden treft, zoodat, wat een minder fijn besnaard gemoed niet deert, een edel mensch soms treffen kan tot in het diepst van zijne ziel.

Er zijn, die — om Gods liefde te handhaven - beweren, dat wij bestemd zijn voor vreugde, en dat het lijden eene uitzondering is i). Deze opvatting hangt samen met het denkbeeld, dat liefde bestaat in het verlangen om een ander gelukkig te maken, en dat hiervoor noodig is de smart zooveel mogelijk te verwijderen. Maar liefde is geheel iets anders dan eene begeerte om iemand te hoeden voor pijn. Voor de Eeuwige Liefde heeft smarteloosheid minder waarde dan adel van karakter; deugd is beter dan geluk2).

Hiermee hebben wij het uitgangspunt van Robertson in dezen aangegeven.

De beste verklaring van ons mysterieus bestaan, schijnt deze te zijn, zegt hij 3), dat het is bestemd om ons zieleleven tot ontwikkeling te brengen, en hiervoor is de smart onontbeerlijk. De wet, waaraan de menschheid is onderworpen, bestaat hierin, dat wij volmaakt moeten worden door lijden t gedoopt moeten worden door vuur, en hij, voor wien „the Divine Sacredness of Sorrow" een onbekend iets is, heeft nog niet geleerd, waarin het eigenlijke leven bestaat. Wij kunnen het hoogste niet bereiken, het geestelijke leven, de goddelijke waarheid niet leeren kennen, zonder smart. «Les moissons pour mürir ont besoin de rosée,

L'homme pour vivre et sentir a besoin des pleurs"*).

J) Zie Sermons I, pp. 317, 318.

2) Life and Letters, p. 240.

s) Sermons I, p. 318.

4) A. de Musset.

Sluiten