Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet maar eene eerste Oorzaak, niet enkel de Creator Mundi, in wien men slechts kan gelooven gelijk men het doet in electriciteit of in zwaartekracht'), neen, Hij is het Leven van al wat bestaat. Bij nadere beschouwing blijkt het, dat het pantheïsme hem enkel aantrekt als reactie tegen de deïstische opvatting van God en wereld; met zooveel woorden noemt hij het pantheïsme2) „the necessary reaction from the dreadful dead machinery of preceding conceptions", waarin de wereld wordt opgevat als eene machine, terwijl men meent, dat op verren afstand „a Superintendent" zich bevindt, die wel leidt en soms tusschenbeide treedt, maar die er overigens niet mede staat in voortdurende en levende betrekking. Daarom acht hij den pantheïst in zijn recht, als deze beweert, dat in het heelal toch meer goddelijks aanwezig is dan enkel dit uitwendig verband, en gelooft hij, dat het eens zal blijken, hoe de Schepper in veel nauwere betrekking tot Zijne schepping staat, dan onze weinig geestelijke opvattingen vermogen uit te drukken. God is „the spirit of beauty" in de natuur, de geest „which guides sailing clouds and far glittering star" 3). Hij is het Leven van de in de lente opschietende planten; ja de geheele wereld is „manifested Deity" J).

Toch zijn daarom God en wereld niet identisch. Het onderscheid tusschen Schepper en schepsel valt niet weg. God is een zich als Vader openbarende Persoon, zoodat aan Hem dus „consciousness, character, will" moet worden toegekend 6).

M.a. w., zijn Godsbegrip was theïstisch.

Nu hield zijne opvatting van het theïsme in: erkenning van het wonder. Wat verstaat Robertson onder dit laatste? Hoe is zijn

!) Life and Letters, p. 276.

2) „ „ p. 132.

3) Sermons V, p. 49.

4) .. II, P- 151, V, p. 106.

R) Life and Letters, p. 133, Sermons IV, pp. 109, 278, Notes on Genesis, p. 3.

Sluiten