Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III. CHRISTOLOGIE.

„The mediatorial system culminated in Christi)." Deze vleeschwording was voor Robertson de vereeniging van het goddelijke en het volmaakt menschlijke. Hij maakt ergens de volgende onderscheiding 2). Op tweeërlei wijze, zegt hij, gelooven wij aan de godheid van Christus: door de goddelijkheid te erkennen van zijn natuur en van zijn karakter. De eerste is „as it were, His physical divinity", het eeuwige Woord, dat vleesch is geworden. Maar Hij is ook goddelijk, als de openbaring van goddelijk karakter: „that is His moral divinity".

Nu doe ik Robertson wel geen onrecht, als ik beweer, dat hij op Christus „moral divinity" den grootsten nadruk legt. Hij zegt dan ook eens: het is ons goed te weten, dat Christus van goddelijke natuur was; maar mochten wij die waarheid verliezen, dan zouden wij nog een God in den hemel hebben. Doch als er op deze aarde niet geweest is eene volmaakt menschlijke, eene nimmer verkoelende liefde, een nooit bezwijkend geloof, dan kunnen wij wel godsdienstig, maar geen Christenen zijn. Want als wij Christus verliezen als een Broeder, kunnen wij hem niet behouden als een Zaligmakers).

Christus is goddelijk; dit is eene volkomen juiste uitspraak; maar het moet meer zijn dan eene bloot verstandelijke meening 4). „There is something almost amounting to blasphemy in the tone with which we dare to call him God." Om dit te „durven" moet

1) Sermons IV, p. 109.

2) „ V, p. 205.

3) „ II, p. 125. *) „ V, p. 207.

Sluiten