Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV. SOTERIOLOGIE.

Om de soteriologische opvattingen van Robertson zoo geleidelijk mogelijk te kunnen weergeven, stellen wij een viertal vragen, waarvan de eerste luidt:

1. wat verstaat hij onder: zonde.

Wat is de mensch? half dier, half duivel? Neen, zegt hiji), half diabolical half divine: half demon half God. In onze hoogste oogenblikken, is er toch steeds iets duivelsch in ons; de kiemen van de ergste misdaden liggen in ons allen, hetgeen wij gewoonlijk vergeten, daar wij veel aan misdaad, weinig aan zonde denken -). Doch is dit het geval, dan verstaan wij iets van zelfverwijt en diepe zelfbeschaming^), wij zijn ons bewust, hoe er bij ons slechts sprake kan wezen van een godsdienst van boete-doen i) en dat «berouw ten leven" het hoogste is, wat nienschen kan ten deel vallen •'). Van hel begin tot het einde draagt het Evangelie het karakter van een systeem van genezing, het is niet een werk van verbetering van eene natuur, die reeds goed is, het is een werk van genezing van eene natuur, die krank is geworden.

De openbaring in Christus was dan ook noodzakelijk, zegt hij"), omdat de menschen hunne eigenschappen op God overdragen, doch als zondige wezens zouden zij hierin geheel kunnen falen. — Maar ontstaat uit de zonde dan niet het goede ? Zegt het verstand ons niet, dat Judas evenzeer Gods helper was als Paulus? Is het kwade niet een middel om het goede voort te brengen? Hoe kan

') Sermons II, p. 86.

2) .. I, p. 204.

«) IV, p. 102.

4) » V, p. 305, ook III, p. 271, V, p. 306.

6) .. I, p. 135.

fi) » II, p. 151.

Sluiten