Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Laten wij in zijn eigen woorden hierop het antwoord vernemen:

"We take it as the highest exhibition and the noblest specimen of the law of our Humanity - that great law - that there is no true blessedness without suffering, that every blessing we have comes through vicarious suffering.1'

"Het plaatsvervangend offer is de wet van alle zijn."

Het gansche universum berust op deze wet. De rotsachtige bodem van den berg moet eerst vergaan voor er planten kunnen groeien. De vernietiging van delfstoffen is de voorwaarde voor het bestaan van het plantenrijk. Als het tarwegraan niet in de aarde valt en sterft blijft het alleen. Uit den bodem, waarin de doode, afgevallen bladeren zijn gevallen, ontspruit krachtig de jonge boom, wiens wortels diep dringen in dit rijk van verval. Myriaden van hooger leven berusten weer op het leven der

intellect the work of healing which can only be performed by the heart. It comes with its parchment „signed, sealed, and delivered", making over heaven to you by a Iegal bond, gives its receipt in full, makes a debtor and creditor account, clears up the whole by a most bussiness-like arrangement:

C(redit0>r- D(ebto)r.

Infinite.

11111I1UC.

And when this Shylock-like affair with the scales and weights is concluded, it bids you be sure that the most rigorous justice and savage cruelty can want no more. Whereupon selfishness shrewdly casts up the account, and says: „Audited!" „I am safe." The Protestant penitent, >f the system succeeds, repents in his armchair, and does not noble deed such as boundless love could alone inspire; he reforms, and is very glad that broken-hearted remorse is distrust of God, becomes a prosaic Pharisee, and patronises missionary societies, and is all safe which is the one great point in his religion." Life and Letters, pp.'

s&*\ OAf\

Sluiten