Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of men alleen zegt het niet eens te zijn met de meening van een ander en deze slechts te veroordeelen.

Het was dan ook voortdurend het streven van Robertson het eerste na te jagen en zich voor het laatste te hoeden, zoodat wij onder de beginselen, die volgens hemzelf aan zijn onderwijs ten grondslag liggen i), vinden opgeteekend: „the establishment of positive truth instead of the negative destruction of error." Hij zou nooit de waarheid van een of ander dogma bloot ontkennen, doch trachten te verstaan, wat de reden was, dat zoo vele menschen het als zulk een kleinood beschouwden, en waarom, ook als men meende het te hebben vernietigd, het toch weer te voorschijn kwam, al was het misschien in een eenigszins anderen vorm.

Robertson neemt als een beginsel aan 2), dat geene dwaling ooit in wijden kring is verbreid, of zij was de overdrijving of verdraaiing van eene waarheid, en vervolgens, dat men slechts op ééne wijze deze dwaling met wortel en tak kan uitroeien, nl. door de waarheid, die er aan ten grondslag ligt, er naast te plaatsen. Doet men dit niet, dan zal de dwaling na eenigen tijd weer opleven „like the fabled monsters of old, front whose dissevered neck the blood sprung forth and formed fresh heads, ntultiplied and indestructible" 3).

„There is some soul of goodness in things evil,

„Would men observingly distil it out 4)."

Robertson stelde zich hier tegenover Newman, die met zijne „media-via-theorie" de dwalingen van anderen meende te kunnen vermijden - zooals de naam reeds aanduidt - door de beide uiterste opvattingen over een dogma te verwerpen, en zich aan te sluiten bij die beschouwing, welke tusschen beide lag.

Zie Life and Letters, pp. 363, 411.

-) Zie b.v. Sermons II, p. 235.

3) Sermons III, p. 61.

4) Shakspeare.

Sluiten