Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Evenmin rekende hij zich tot de eclectici i), daar deze allerlei meeningen uit verschillende systemen uitzoeken en samenvoegen, terwijl hij de waarheid trachtte te vinden, welke ten grondslag ligt aan allerlei stelsels.

Ik wil twee voorbeelden kiezen om zijne bedoeling duidelijker te doen uitkomen, en neem daarvoor in de eerste plaats zijne beschouwing over de Mariavereering -).

Wanneer men de afbeeldingen van Maria uit de eerste eeuwen onzer jaartelling nagaat, zegt hij, kan men, als de tijd van hun ontstaan in aanmerking wordt genomen, de volgende ontwikkeling waarnemen.

Eerst zijn zij slechts de kopieën van bekende heidensche godinnen met een kind in de armen; daarna stellen zij voor, dat de moeder knielt voor haar zoon; vervolgens, dat de moeder is gekroond en gezeten op een troon met haar zoon, maar lager, en dan, dat zij eene hoogere plaats dan haar zoon heeft ingenomen; ten laatste zien wij den zoon in toorn, van zins het heelal te vernietigen, terwijl de moeder reddend tusschen beide treedt.

Op een andere wijze doen de „evangelischen" hetzelfde, wanneer zij zich twee Goden voorstellen, van wie de een liefheeft, de andere toornig is, terwijl de eerste de menschen bewaart voor de gramschap van den laatste.

De overeenkomst tusschen beiderlei beschouwingen is, dat toorn en liefde worden voorgesteld als eigenschappen, die worden toegekend aan twee afzonderlijke Personen, daar de Zoon en de Maagd, de Vader en de Zoon tegenover elkander worden geplaatst, doch juist hierin bestaat de dwaling van deze twee opvattingen.

Maar hoe komt het, dat men deze heeft begaan?

De oorzaak hiervan is, dat zij berust op het feit, dat het menschlijk gemoed er behoefte aan heeft om twee tegenover elkaar gestelde waarheden duidelijk uit te drukken.

b.v. Live and Letters, p. 327.

2) Zie voornamelijk Sermons II, pp. 235-251, Life and Letters, pp. 303; 327*

10*

Sluiten