Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rede schrijft: „omdat Robertson gaf, waaraan wij in ons land behoefte hadden"').

Even waardeerend liet Kuenen zich uit-) en ook door Hugenuoltz 3) werd hij warm geprezen.

Hoe Otto Pfleiderer hem roemt blijkt uit zijne woorden 4): „Die Predigten Robertson's hahen in der ganzen homiletischen Literatur wenige ihres gleichen, was Reichthum der Gedanken, Kraft des sittlichen Pathos, Warme der religiösen Empfindung, Klarheit und Lebendigkeit der Darstellung, Wiirde und Schönheit der Sprache betrifft". En eenige bladzijden verder <>}: „Seine Prediglen sind eine Quelle der Weisheit und Erkenntniss, aus der Keiner schüpfen kann, ohne sich gelautert, gestiirkt und gehoben zu fiihlen, ein Denkmal eines echten religiösen Genius, in welchem noch spate Geschlechter einen Profeten der höheren Entwicklung christlichen Denkens und Fühlens verehren werden."

Ten slotte wijs ik nog op het oordeel van A. Harnagk, die zegt *j): „ich weisz keinen anderen Prediger, der eindringlicher zu unserem Zeitalter gesprochen hatte als Robertson."

Wij willen nu een aanvang maken met na te gaan, waarin de groote kracht van aantrekking en blijvende werking bij Robertson moet gelegen hebben, hetgeen zeker niet als een overbodig werk kan beschouwd worden.

Want al is men het er over eens, dat Robertson een groot prediker geweest is, zoo luidt toch het oordeel verschillend over de vraag, welke de eigenschappen zijn, die zijne grootheid uitmaken

!) P. 3 der voorrede.

2) Tijdspiegel 1866, in een aankondiging van de Bloemlezing van Hofstede de Groot.

3) Karakterbeelden, geschetst door P. H. Hugenholtz Jr., 1886.

*) Die Entwicklung der Prot. Theol. in Deutschland seitkant und in Grossbrittanien seit 1825, Freiburg I. B. 1891, S. 472.

£>) S 474.

6) In een voorwoord voor: „Religiöse Reden von Robertson in Deutscher Uebersetzung, Leipzig, 1890.

Sluiten