Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volgens Robertson moet de schilder „produce a mental state in which the feelings are suggested vvhich the natural objects themselves would create" !). Dus, het is niet de kunstenaar, die zelf iets van zijn gevoel in zijn onderwerp legt en op deze wijze iets geeft, dat anderen niet zagen, neen, het voorwerp geeft dezelfde associaties als het werk. Er zijn dan ook zeer vele uitspraken van Robertson, die - als zij geheel zijne opvatting meedeelen — juist zouden bewijzen, dat hij geen kunstenaar was. Want als iemand eene koe mooi vindt, omdat van de huid prachtige, zachte schoenen kunnen gemaakt worden, en het vleesch goed zal smaken, ja misschien menigen zieke weer nieuwe kracht zal schenken, het geluk van een huisgezin zal vermeerderen etc. etc., dan meen ik, dat hij niet als kunstenaar tegenover deze viervoeter staat, of het moest zijn, dat hij deze associaties weer zeer krachtig gevoelde en weergaf. M. a. w. niemand kan het een kunstenaar verwijten, dat hij associaties ontvangt van een voorwerp, maar wij mogen eischen, dat hij deze krachtig weergeeft en moeten het afkeuren, als een persoon uitgaat van het denkbeeld, dat een voorwerp alleen om deze associaties waard is gezien te worden.

Zoo wordt Robertson dus geen kunstenaar, omdat hij bij het zien van een regenboog alleen denkt aan de wetten van het licht, van het heelal etc.2), bij het zien van eene ondergaande zon aan vergankelijkheid etc. 3), en het is wel een blijk van eene geheel verkeerde voorstelling, als hij b.v. zegt*): «The happy aspect of waving corn! But its beauty is chiefly feit by the thoughtful man. It is the calm deep joy of the harvest being safe, and famine impossible. The food of a nation waves before him."

„The thoughtful man" zullen dan zeker wel niet veel verstaan van ,/t ruischen van het ranke riet"

1) Sermons III, p. 87.

2) Sermons III, p. 87.

3) Lectures, Addresses and literary Remains, p. 91.

4) Sermons V, p. 76.

Sluiten