Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

immers die groene lange stengels en glanzende donkerbruine pluimen kunnen niet gebakken of gekookt en gegeten worden. En indien Gezelle hierbij niet gedacht had aan de laatste regels:

o Gij, die zelf de kranke taal bemint van eenen rieten staal,

verwerp toch ook mijn klachte niet:

ik! arme, kranke, klagend riet!

maar niets anders gegeven had dan de beweging, de kleur, het geluid, zou hij dan geen kunstenaar kunnen zijn i)?

Als een bewijs, tot welk eene zonderlinge opvatting - om maar geen ander woord te gebruiken eene theorie iemand kan brengen, diene het volgende.

Robertson citeert in eene lezing 2) de laatste twee coupletten van het volgende fraaie vers van Wordsworth:

I wandered lonely as a cloud That floats on high o'er vales and hills,

When all at once 1 saw a crowd,

A host, of golden daffodils;

Beside the lake, beneath the trees,

Fluttering and dancing in the breeze

Continuous as the stars that shine And twinkle on the milky way,

Tliey stretched in never-ending line Along the margin of a bay:

Ten thousand saw I at a glance,

Tossing their heads in sprightly dance.

The waves beside them danced; but they Out-did the sparkling waves in glee:

') Zie b.v. zijn gedicht: „Bonte abeelen", of „Casselkoeien." 2) Lectures, Addresses and literary Remains, p. 167.

Sluiten