Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bleef dan achter het gevormde Ba CO,,. Na uitwasschen werd het opgelost in een bekende overmaat zuur en de verbruikte hoeveelheid na opkoken bepaald door terugtitratie met N loog. In het filtraat werd behalve het totaal verbruik van loog zoo noodig ook bepaald langs jodometrischen weg het oorspronkelijk vrije chloorgehalte en langs gewichts-analytischen weg het totaal aan chloor uit vrij chloor en zoutzuur.

Het oorspronkelijk vrije chloor was als volgt gebonden: 4 Cl + 2 B a (O H)2 = B a Cl2 + B a (O Cl)2, en dit geeft met zuur:

B a Cl2 + B a (O Cl)2 + 2 H Cl = 2 B a Cl2 + 2 H O Cl 2 H O Cl + 2 H Cl = 2 H2 O + 4 Cl,

welke 4 Cl met joodkalium 4 1 geven, die, met natriumthiosulfaat getitreerd, het oorspronkelijk gehalte aan vrij chloor doen kennen.

De buizen met overmaat chloroform leverden de volgende resultaten:

Een buis is geopend om qualitatief chloor aan te toonen; dit is echter niet gevonden; evenmin kon koolmonoxyd worden aangetoond '). Duidelijk was phosgeen door de reuk waar te nemen. Nadat door afkoeling het

') Het aantoonen van CO geschiedde door middel van verdund versch bloed (opl. i = 30) Na schudden met (of doorvoeren van) een gedeelte van het te onderzoeken gasmengsel werden 5 c c met 1 cc polysulf. ammon. spectroscopisch onderzocht. Normaal bloed geeft 2 strepen (bij D.), die na toevoeging van een reductiemiddel tot één worden: de haemoglobin streep; is echter CO aanwezig dan blijven 2 strepen bestaan van kooloxyd-haemoglobin.

Sluiten