Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezocht worden. In de eerste plaats is het mogelijk, dat van de primair optredende ontledingsproducten CO CL, CO Br..,, COJi, het laatste het minst stabiel is en daardoor gemakkelijk uiteenvalt in CO -f- J,, terwijl CO Cl» dit in het geheel niet doet en CO Br, in dat opzicht het midden houdt '). In de tweede plaats moet gedacht worden aan den verschillend katalytischen invloed der halogenen en halogeenwaterstofzuren op het verloop der oxydatie

co + O = co,

onder invloed van het licht. Indien die katalytische werking bestaat (zie vroeger), dan schijnt chloor in dat opzicht de krachtigste, jodium de minst krachtige invloed uit te oefenen.

Vervolgens verdient het optreden van broomwaterstofzuur opmerking. Bij de ontleding met tekort aan zuurstof treedt bij chloroform alleen het halogeenwaterstofzuur, bij jodoform alleen het halogeen op en bij bromoform vindt men ze beiden naast elkaar. In zooverre houdt dit laatste dus weer het midden. Maar ook in het geval, dat de lichtontleding bij overmaat aan zuurstof plaats vond, werd door mij broomwaterstof naast broom gevonden in afwijking van chloroform en jodoform die onder die omstandigheden uitsluitend het halogeen opleverden.

') Emmhri.INC, de eenige onderzoeker, die het CO Br, in handen heeft gehad (lier d I). Clv Ges. 13, bl. 87?.) maakt de opmerking dat het in afwijking van CO Cl, door verbinding van CO en Br» niet te verkrijgen is, een feit, dat de onderstelling van de gemakkelijke splitsbaarheid wel steunt.

Sluiten