Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Krönig >) berekent, dat in 43 °/0 der partus, gedurende welke temperatuursverhooging optrad, het kind succombeerde.

Glöckner2) vindt het getal 36%, 75 doode kinderen op 211 koortspartus.

Gustav Sommer3) berekent, dat bij 85 koortspartus slechts 17 maal een levend kind geboren werd. Van de 68 dooden zijn er echter verschillende gesuccombeerd door prolaps van den navelstreng, placenta praevia, vloeiingen van de moeder, operatief ingrijpen, enz.

Zijne cijfers zijn dus niet geschikt om vergelijkingen te treffen.

Adler4) geeft de volgende cijfers van de verloskundige kliniek van de Friedrich Wilhems Universitat te Berlijn.

188 partus, waar koorts optrad, gaven 55 maal een dood kind = in ± 30 °/o.

Verder geeft Adler volgende cijfers.

Van 27 met koorts verloopende partus zag hij 9 maal het kind succombeeren, dus in 30 °/n.

42 maal werd het kind doodgeboren of stierf korten tijd na den partus, terwijl koorts durante partu optrad, dus in 22.3 °/0.

Budin, Demelin5) komen op 20 °/0 sterfgevallen van het kind, wanneer de moeder durante partu koortsde.

Winter vond het cijfer 22 % •

1) Menge en Krönig, Bacteriologie des weibliclien Genitalkanales. Leipzig 1897.

2) Glöckner, Temperaturmessungen bei Gebiïrenden. Zeitselnift f. Geb. u. Gyn. Bd. 21 heft 2.

3) Sommer, Fieber in der Gebuit. Diss. Marburg 1897.

4) Adler, Fieber bei Kreissenden. Dissertatie. Berlin 1887.

5) Budin, Demelin, Infection Amniotique.

Sluiten