Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I.

Oudere dispersietheorieen.

§ 1. Theorie van Cauchy.

Dat de voortplantingssnelheid van het licht in ponderabele stoffen afhankelijk is van de golflengte, trof de grondleggers der undulatietheorie als een verschil tusschen de eigenschappen der geluidsvoortplanting en die der lichtvoortplanting. In dezen geest trachtte Fresnel dan ook eene verklaring der dispersie te vinden, door op te merken, dat bij het geluid de golflengte steeds zeer groot is in vergelijking met de onderlinge afstanden der moleculen, terwijl men niet behoeft aan te nemen dat de golflengte van het licht zoo groot is in vergelijking met de onderlinge afstanden der aetherdeeltjes.

De dispersietheorie van Cauchy kan als eene uitwerking van dit denkbeeld beschouwd worden. Cauchy neemt een aether aan, bestaande uit afzonderlijke moleculen, die op elkaar krachten uitoefenen gericht volgens hunne verbindingslijnen, evenredig mot hunne massa's en wier grootte eene functie is van den onderlingen alstand. Den aether in een vacuum beschouwt hij als homogeen, evenzoo den aether in eene homogene ponderabele stof. (Zijne beschouwingen over de constitutie van den aether in kristallen zullen we buiten bespreking laten).

In den vrijen aether bestaat geen dispersie. Dit blijkt o. a. daaruit, dat do verduisteringen der satellieten van Jupiter en

2

Sluiten