Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

homogene media alleen daarin gevonden worden, dat bij den vrijen aether de werkingsspheer der deeltjes zeer veel kleiner is dan bij den aether in eene ponderable stof. De afwezigheid van dispersie in de ledige ruimte wordt dan verklaard door dat in dat geval de termen, die op eene dispersie wijzen zeer klein zijn. In deze theorie is dus het verschil tusschen beide gevallen slechts een verschil in graad. In den vrijen aether moet er ook dispersie bestaan maar ze is zoo gering, dat we ze niet kunnen waarnemen.

Dit punt is eene leemte in de theorie van Cauchy. Zijn navolger Briot ') trachtte de dispersie te verklaren als gevolg van de aanwezigheid der ponderable moleculen.

Overigens volgde hij in hoofdzaak den zelfden weg als Cauchy. De invloed der moleculen, dien hij vooral beschouwt bestaat namelijk in eene groepeering der aetherdeeltjes. Zijne berekeningen voeren dan weer tot de dispersieformule (7). Hij heeft echter bovendien den invloed berekend van de krachten die de ponderable moleculen op de aetherdeeltjes gedurende hunne beweging uitoefenen, waardoor eene dispersie formule wordt afgeleid, die zich van de vorige onderscheidt door een term met /.*.

Behalve deze laatste wijziging is zijne theorie echter slechts op te vatten als eene nadere uitwerking van Cauchy's denkbeelden. Zij geeft dan ook aanleiding tot dezelfde moeilijkheden.

§ 3. Theorie van Boussineuq.

De eerste, die van eene andere onderstelling uitging waarmede men tot eene verklaring der dispersie kan komen was Boussinesq l).

■) Essai sur la théorie mathéuiati<iue (le la lumière (18<>4).

') Théorie nouvelle des ondes lumineuses. Journal de Liouville 1868.

Sluiten