Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taten, die later door de proeven van Kundt en van Christiansen over de abnormale dispersie eene mooie bevestiging vonden. Volgens deze theorie werken de aetherdeeltjes en die van het medium op elkaar met krachten, gericht volgens de verbindingslijn en alleen afhankelijk van den onderlingen afstand. Bovendien wordt aangenomen, dat op ieder deeltje van het medium eene elastische kracht werkt, en dat onder den invloed dezer kracht het deeltje eene eigen trilling kan uitvoeren. Wanneer nu de periode dezer eigen trilling uiterst weinig verschilt van de periode der aethertrillingen hebben we met abnormale dispersie te doen. Met het oog op dit geval is het ook noodig nog andere krachten aan te nemen, omdat anders de amplitudo der trillingen van de moleculen oneindig groot zou gevonden worden. Deze krachten moeten tevens absorptie veroorzaken.

§ 5. Theorie van Helrnholtz.

Dit laatste geval heeft Sellmeier wel beredeneerd, maar hij heeft er geene berekeningen over uitgevoerd. Helmholtz's ') theorie verschilt van die van Sellmeier, doordat eene eenvoudige hypothese wordt gemaakt over de krachten, die zorgen, dat, wanneer de periode der aethertrillingen samenvalt met die der eigen trillingen der moleculen, deze trillingen toch klein blijven. Wij zullen nu deze theorie in 't kort weergeven.

Beperken we ons weer tot homogene isotrope media. We kunnen dan ook weer behandelen 't geval van platte golven, die zich in de richting der X-as voortplanten. Bovendien zullen we alleen het geval beschouwen van uitwijkingen in de richting der Y-as. Die der aetherdeeltjes zullen we voorstellen door j/, die der deeltjes van het medium y.

Wij hebben nu zoowel voor den aether als voor de ponderabele materie de bewegings-vergelijking op te stellen.

') Zur Theorie der auowalen Dispersion. Pogg. Ann. Bnil. 154.

Sluiten