Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De grenswaarden voor den brekings-index behooren dus steeds bij stralen die wegens de absorptie moeilijk te onderzoeken zijn.

Yoor de maximum- en minimum-brekings-indices vinden we de waarden:

2 2 2 iï* kP

n — = + cl —J-—s— = r «|, c -i,

* 4 a2 m p* q P

waaruit, daar n—klein is,

n - nv = T 1- kv ;.p ,

als de golflengte in den vrijen aether voorstelt van de stralen met de frequentie p. We vinden dus dat het grootste verschil in brekings-index tengevolge der abnormale dispersie gelijk is aan het logarithmisch decrement der lichtsterkte bij

voortplanting over een afstand gelijk aan * X de golflengte

6 JT

der sterkst geabsorbeerde stralen in den vrijen aether. Eene aanzienlijke abnormale dispersie is dus alleen te verwachten bij sterk absorbeerende media.

Beschouwen we ten laatste het geval dat p zeer groot wordt, dus de golflengte zeer klein. Dan is

F _ ** _ P* n = ;

a2 o2 p2 a2 m2 ps '

dan is dus, ook bij grootere waarden van y, G zeer klein tegenover F en we hebben dus weer (vgl. 17) 1 ji ft2 ~Yp ï = a2" ~ a2 p2'

\ ^ - ~ï' 1 2am2|/ n px

Als p dus al grooter wordt nadert de absorptie tot nul, terwijl de voortplantingssnelheid tot c, dus de brekings-index tot 1 nadert. Dit schijnt niet met de waarnemingen overeen te komen. Helmholtz zoekt deze tegenspraak op te heffen door evenals Sellmeier aan te nemen, dat alle media ergens in 't ultraviolette spectrum een absorptie-gebied hebben.

Sluiten