Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grootheid gevoerd heeft hebben we namelijk op den voorgrond gesteld, en ook bewezen, dat in iedere volgende laag zich het zelfde vertoont als in een vorige; alleen de phase verschilt — en voor het geval van absorbeerende lagen ook de amplitudo. Formules die een enkelvoudige golf met de frequentie p en de voortplantingssnelheid V voorstellen, bepalen volkomen juist het phaseverschil tusschen den toestand in ééne laag en het overeenkomstige punt in een volgende, voor den toestand in een bepaalde laag geven ze echter slechts eene benadering. Volkomen juist wordt die eerst voorgesteld door de formules (6') en (7'),

waarin nog in den exponent de termen i x voorkomen. Door-

c

gaans is het voldoende den toestand in de grensvlakken te kennen, alleen juist voor kleine golflengten zullen we pas een goed inzicht van den toestand krijgen, als we nagaan hoe het er binnen eene laag uitziet. Voor zoover hierbij nog sprake is van eene voortplantingssnelheid der golf, moet evenwel nog steeds de door (12) bepaalde grootheid V?1 daarvoor worden aangenomen.

Verder blijkt dat de invloed der terugkaatsingen aan de discontinuïteitsvlakken gering is, zoolang de voortplantingssnelheid slechts weinig met de frequentie varieert. Daar wij dit echter gevonden hebben door vergelijking der grootheden Vpj (14) en Vp (4), en Vp voor kleine golflengten de voortplantingssnelheid niet juist voorstelt, kunnen we dit besluit niet volhouden voor kleine golflengten. Daar zal dus de invloed der terugkaatsingen meer op den voorgrond treden.

Uit de overeenstemming van Vp en Vp blijkt echter aan den anderen kant dat Yp ook voor kleine golflengten nog een zekere beteekenis heeft, n.1. de snelheid waarmee zich voortplant het uiterste punt, waar een bepaald deel eener evenwichtsverstoring nog zijn invloed doet gevoelen.

Door generalisatie komen wij er toe aan te nemen dat eene geheel uitgewerkte theorie voor natuurlijke dispergeerende media tot overeenkomstige resultaten zou leiden.

Sluiten