Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der hoofdstukken VIII en IX als dat waarop de verg. (9) betrekking heeft, zijn daarvan bijzondere gevallen.

We denken ons de grensvlakken der lagen weer loodrecht op de X-as en beschouwen alleen eene voortplanting in de richting der X-as met platte golfronten, en wel van rechtlijnig gepolariseerd licht.

Letten wij nu op een der lagen afzonderlijk, waarvan we de grensvlakken met en B^. zullen aanwijzen. Denken wij ons daarin een toestand waarbij:

in {& =skeipt

(11)

en in Bx., @y = 0.

Daardoor is de toestand bepaald en we zullen vinden:

in A^, £>„ == a sk e ^

' 0 ipt ("O

eninBi, $t = 0ske F >

waarbij de grootheden « en alleen van den aard der laag en van de frequentie p afhangen en dus volgens onze onderstelling voor alle lagen gelijk zijn. Er kan nu in de laag nog een tweede toestand met de frequentie p zijn, waarbij n.1.:

in A^ = 0

en in Bi, (£y = s'te'Jlt ^

en daarbij zullen we vinden:

in $z = yS'keipt

• e js , ipt

en in B^, — bske .

De meest algemecne toestand zal weer gevonden worden door superpositie dezer beide. Beschouwen we nu het medium in zijn geheel en denken wij ons daarin een golf met de frequentie p. In al de lagen zal nu hetzelfde gebeuren i

Sluiten