Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STELLINGEN.

I.

In de mechanische lichttheorieën moet het feit, dat wij in de ledige ruimte geen dispersie waarnemen steeds aan onze onvoldoende hulpmiddelen worden toegeschreven. Bij den tegenwoordigen stand onzer kennis moet dit als een bezwaar tegen die theorieën worden beschouwd.

II.

Boussinesq zegt van de door hem beschouwde krachten tusschen de aetherdeeltjes en de materie (Journal de Liouville, 1868, pag. 317): „Bien que ces forces nous soient inconnues, il est naturel de penser que leur efï'et le plus grand et sensible provient d'une espèce de frottement entre les molécules d' éther et celles de la matière pondérable, qui passent trés pres les unes des autres ...." De uitdrukking „espèce de frottement" is minder gelukkig.

III.

Helmholtz voert in zijn stuk: „Zur Theorie der anomalen Dispersion" (Pogg. Ann., Bnd 154) op pag. 590 eene onlogische

Sluiten