Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar sinds in het voorjaar van 1529 de mis was afgeschaft, zij \ ze opgeschreven in ?dcn Vergichtbuchern des cinfachen Polizcigcrichts.« ') Werd de herdoop dus eerst als een misdaad (Verbrechen) gebrandmerkt, na de vernietiging van de macht der Katholieken (in 1529 zat nog slechts één Katholiek in den > Raad2)) werd hij slechts als een vergrijp tegen de openbare orde (ein bloszes Polizei -Vergehen) beschouwd. 3)

Met onverholen leedvermaak hadden de Katholieke raadsleden WoLFK tegen de predikanten hooren uitvaren, te meer, omdat zij den indruk kregen, dat hij hunne kerkelijke gebruiken, met name de mis, wilde verdedigen. Maar in die verwachting zagen zij zich toch teleurgesteld. Want toen de predikanten hein onder het oog brachten, dat de christelijke leer geen tegenstrijdigheden bevat, en dat het geloof in Christus en het vertrouwen op de goede werken niet kunnen samengaan, erkende hij dit en gaf hij ook toe, dat de missen door de overheid geheel moesten worden afgeschaft. Capito beschouwde deze instemming als eene gulle erkentenis van dwaling en vatte het voornemen op Woi.KF een paar dagen bij zich te houden ten einde hem in zijne betere inzichten te versterken en zoo te maken, dat hij voortaan niet meer door aanvallen op de predikanten den Katholieken in het gevlei zou komen. Maar Capito heeft weinig succes van zijne poging gehad. Bij het laatste twistgesprek waren Wolkf's uitvallen tegen de predikanten nog heftiger dan te voren: »dat de papisten wel goddeloos waren, maar dat de predikanten hen in goddeloosheid nog oneindig ver overtroffen, dat nooit ergens slechtere lieden waren opgestaan noch ooit zouden geboren worden.« 4)

\) CuRNKLIus, die ia zijne Geselt. J. Alünsterischen Aufruhrs, ii, Heil. Vil, »Ausiüge nis Jen Straszburger Vergiehtbüchern tier jfahre Zj-'ó—isjot heeft meegedeeld, ver/.uimt hierop te wijze».

'*) Röhrich, Gese/t. tl. Kef. i. E., I, S. 173.

3) RoHricii. h. Th., 1860, S. 9.

*) Capito aan Zwingi.i, ii Juui 1526, Zw. opp., VU, p. 516. lJatr.ERBF.RT, l.c. S. 18 ff., iu den Doopsgezinde, van wieu Capiio in zijn brief van iC Mei

Sluiten